De Cock mocht niet te breed zijn

Afgeslankte Waldemar Torenstra als grasgroene rechercheur in ’Baantjer, het begin

Met zijn rol in Baantjer het begin volgt Waldemar Torenstra wijlen Piet Römer op als de beroemdste diender van Amsterdam. In deze nieuwe speelfilm – vanaf volgende week in de bioscoop – speelt de acteur een jongere versie van inspecteur De Cock, een rol waarmee zijn voorganger vergroeid leek. „Zonder ’m te willen imiteren, heb ik wel heel goed naar Piet gekeken.”

Waldemar Torenstra – eind maart 45 geworden – is in zijn eigen woorden ’lekker bezig’. Met opnames voor een nieuwe, 8-delige Baantjer tv-serie, die pas volgend jaar te zien zal zijn. Met promotiewerk voor de film, die maandag in het DeLaMar Theater in Amsterdam zijn officiële première beleeft. Met een documentaire over de Ajax-vrouwen. Daarnaast staat hij ’s avonds geregeld in het theater met het toneelstuk Art.

„Grappig genoeg is Thijs Römer in Art één van mijn medespelers”, zegt Torenstra. Die kent hij dus goed. Net als diens vader Peter, een zoon van Piet. Beiden leverden een bijdrage aan het scenario van de speelfilm. „Ik heb ook een keer aan aflevering van Baantjer meegewerkt, toen ik nog op de toneelschool zat. In zo’n gastrol was je óf een lijk óf een boef. Een boef, in mijn geval. Samen met Johnny de Mol speelde ik een stel Ajax-hooligans die strak stonden van de speed.”

„Na die eerste keer op de set, ben ik Piet Römer wel vaker tegen gekomen”, vervolgt Torenstra. „Daar is het Nederlandse acteerwereldje klein genoeg voor. Een markante man was het, al stond hij ook wel een beetje bekend als brompot. Maar als-ie je mocht, merkte je daar niks van. Tussen ons klikte het gelukkig en ik ben blij dat ik hem gekend heb. Zeker nu ik de rol mag spelen waar hij zo’n stempel op heeft gedrukt.”

„Piet Römer wás gewoon De Cock”, stelt de acteur. „Met z’n karakterkop, zijn zware stem en met die uitstraling van Amsterdamse onverzettelijkheid. Hij maakte er een wat gesloten figuur van. Iemand die duidelijk ook slimmer was dan de rest. Zodat hij met één briljante ingeving een vastgelopen onderzoek weer vlot kon trekken.”

„Mijn De Cock is jonger en minder ervaren. Een beetje bleu ook. Hij komt net van Urk, toen nog echt ’de provincie’ en ver weg van de grote stad. In die tijd – eind jaren 70, begin jaren 80 – was het contrast met Amsterdam en de rest van het land ook nog veel groter. Zeker rond Bureau Warmoesstraat, dat midden in de Rosse Buurt stond, midden tussen de penoze.”

„Bureau Warmoesstraat was gewoon echt een andere wereld, weet ik inmiddels uit allerlei boeken en uit gesprekken met oud-agenten die daar toen werkten. Iedereen kende iedereen, er heerste een soort ouwe-jongens-krentenbrood sfeer. Onderling werd er veel geregeld, waarbij de politie soms rake klappen uitdeelde. Wat tegen de regels was, maar er wel bij hoorde. Alleen voldeed die aanpak niet meer toen de criminaliteit zich verhardde. Dat zie je ook terug in de film.”

Tygo Gernandt speelt in Baantjer het begin zo’n ervaren Warmoesstraat-rechercheur: een lefgozer met een discutabele moraal, die de keurige De Cock onder zijn hoede krijgt. „Zijn rol zou ik ook wel heel graag hebben gespeeld”, bekent Waldemar Torenstra. „Zo’n heerlijk kleurrijke ras-Amsterdammer. Het is altijd leuk om een rol met een rafelrandje te spelen.”

„De rol van de Cock heb ik op mijn eigen manier ingevuld, ook omdat de toon van regisseur Arne Toonen verschilt van de vertrouwde tv-serie”, vervolgt hij. „Al wilde ik mijn versie toch ook een paar dingen meegeven die terugkomen in hoe Piet Römer die ouwe speelde. Dat-ie later niet erg emotioneel is, bijvoorbeeld. Soms ook wat stuurs.”

Baantjer het begin speelt zich in 1980, rond de kroning van Beatrix tot koningin. Toen de kraakbeweging heel actief was in de hoofdstad en onder het motto ’Geen Woning Geen Kroning’ dreigde het feest te verstoren. Wat uiteindelijk ook gebeurde. De film van Arne Toonen haakt daarop in. Torenstra was destijds zes, maar woonde wel in Amsterdam en zegt dat hij nog wel wat herinneringen heeft aan die periode. „Mijn tien jaar oudere broer was punk en kraakte ook. Verder heb ik allerlei geheugenflarden uit die tijd. Van bekladde muren en van de sporen van verfbommen op straat en zo.”

„Leuk om voor deze film nu eens helemaal in die periode te duiken. Waardoor ik me trouwens ook realiseerde hoe anders die was. Dat mensen trams in de fik staken vanwege de woningnood en met stoeptegels gingen knokken met de M.E.? Dat zie ik nu echt niet meer gebeuren, hoe schreeuwend het woningtekort ook is. Dat besef zorgde ervoor dat ik me voor het eerst ook oud voelde. Omdat ik die andere tijd dus nog wel heb meegemaakt.”

Fysiek moest Waldemar Torenstra een paar stappen terugzetten om De Cock te spelen. „Ik was een beetje te breed voor de rol ”, grinnikt hij. „Een souvenir van Vechtershart. Dat rijmde in de film niet goed met de meer tanige gespierdheid van Tygo. Ik ben daarom zo’n tien kilo afgevallen. Wat natuurlijk niet te vergelijken is met de transformaties die acteurs als Christian Bale soms ondergaan. Dat kan trouwens ook helemaal niet bij Nederlandse producties. Daarvoor ontbreken de tijd en het geld.”

Wat het gesprek brengt op eventuele internationale ambities. „Natuurlijk heb ik daar wel eens over nagedacht. Ik heb wat klussen gedaan in Duitsland en België. En na Bride flight was er een Amerikaanse agent die contact zocht. Alleen: als je zo’n buitenlandse droom wilt najagen, moet je er helemaal voor gaan en bijvoorbeeld ook in de VS gaan wonen. Vond ik geen optie. Sophie, destijds net zwanger van onze tweede, heeft hier een mooie carrière”, zegt hij, verwijzend naar presentatrice en programmamaakster Sophie Hilbrand. „En zelf ben ik trouwens ook heel dankbaar voor de mogelijkheden die ik hier heb.”

Torenstra’s prioriteiten zijn duidelijk. „Hoe belangrijk ik mijn werk ook vind, ik wil er mijn privéleven niet voor op het tweede plan zetten. Onze kinderen zijn nu negen en zes en er lijkt me geen groter geluk denkbaar dan die twee gelukkig te zien opgroeien. Zoals ik ook graag zie dat mijn lief blij en tevreden is, thuis én in haar werk.”

„Ik kan soms best op een positieve manier jaloers zijn op collega’s als Katja Herbers, die de stap naar het buitenland wel namen. Zo van: ’Wat moet dát gaaf zijn om mee te maken!’ Maar daar blijft het dan gelukkig ook bij.” Lachend: „Tenzij Hollywood aan de telefoon hangt omdat ze een vervanger zoeken voor Christian Bale natuurlijk. Want dan wil ik daar gerust over nadenken.”

 

Share This

Deel dit bericht met je vriendenkring!